Het verhaal van Sint‑Nicolaas

De Drie Kinderen en de Franse Piet

Het verhaal van de Drie Kinderen is in Frankrijk het meest bekend en heeft Sint-Nicolaas de rol van beschermheilige van de kinderen verschaft. Er zijn talloze liedjes, gedichten en allerlei varianten in omgang, waarin de Drie Kinderen de hoofdrol spelen. Ze ontbreken aan geen enkele sinterklaasoptocht: de kindertjes en de gemene slager hebben hun eigen plek op de kar van de goedheiligman.

 

Het verhaal van de Drie Kinderen

Drie kinderen trokken eropuit om te sprokkelen. Op de terugweg verdwaalden ze echter. Na uren lopen kwamen ze bij een prachtig verlicht huisje: het huis van de slager. Heel vriendelijk gaf hij hen te eten en bood hij onderdak voor de nacht. Toen de kindertjes diep lagen te slapen, sneed de slager hun keel door, sneed de kinderen in stukken en zette de stukken kind op pekel.

Er gingen een paar jaren voorbij. Sint-Nicolaas hoorde van de drie kleine sprokkelaartjes. Hij stapte naar de gemene slager en vroeg om wat pekelvlees. De slager trok bleek weg, waarop de Sint het pekelvat zegende en het deksel eraf haalde. De kinderen stapten fris en monter uit het vat en hadden nog nooit zo goed geslapen.

De Franse Piet

De Franse Piet heeft als taak het peilen van het goede gedrag van de Franse kindertjes en het straffen van de stoutsten. Hij is een echte boeman en draagt op zijn rug een grote rieten mand waarin hij de stoute kinderen stopt.

Volgens de legende zag de Franse Piet Père Fouetttard in 1552 in Metz het daglicht, tijdens het beleg van de stad door de legers van Karel de Vijfde, waar het leerlooiersgilde een personage – half reus, half vogelverschrikker – in het leven had geroepen, naar het beeld van de belegger.

In de Duitstalige Moezelstreek wordt hij Hans Trapp genoemd. In de Kromme Elzas is hij een genie met slechte intenties die Mullewitz heet. Sommige mensen denken dat hij de slager is uit het verhaal van Sint-Nicolaas. In Baiern en Oostenrijk heet hij Krampus (= haak).

Onze suggesties